Massaprotesten van 2025
Toen in de zomer van 2025 de Indonesische regering nieuwe economische maatregelen aankondigde die de economische kloof in het land enkel zouden vergroten, gingen mensen in het hele land de straat op. Toen er met buitensporig geweld op de massaprotesten gereageerd werd en een demonstrant doodgereden werd door een politiewagen, groeiden de demonstraties uit tot een bredere aanklacht tegen systematisch staatsgeweld.
Hoewel het massale protest in zoverre succesvol was dat enkele van de voorgestelde maatregelen werden ingetrokken, voerde het regime van Prabowo en Gibran de repressie tegen de protesten op – een houding die deed denken aan autoritaire regimes uit het verleden. Naast het geweld van de oproerpolitie op straat, kostte het staatsgeweld ten minste tien mensen het leven. Een groot aantal activisten verdween en ongeveer 6000 mensen werden gearresteerd. Juridische bijstand werd consequent markeren een keerpunt in het democratische tijdperk van Indonesië, dat in 1998 begon met de val van de dictatuur van Soeharto.
Vrijlating van politieke gevangenen
Deze politieke gevangen verdienen vrijheid en het vervallen van de juridische aanklachten. In Indonesië gaat de strijd voor de vrijlating van deze politieke gevangenen gepaard met een mobilisatie voor nieuwe massale acties en versterkte solidariteit onder jongeren en gemarginaliseerde gemeenschappen. Perserikatan Sosialis (de Socialistische Unie) weet dat deze mobilisatie essentieel is om het repressieve karakter van het regime aan ruchtbaarheid te geven en het publieke bewustzijn over systematisch staatsgeweld te vergroten. Begin 2026 startten zij een campagne voor de vrijlating van alle politieke gevangenen. Hun eisen waren duidelijk:
Na campagnes en mobilisaties in elf steden door het hele land kwamen arbeiders, studenten en mensen uit gemarginaliseerde gemeenschappen samen in Medan, Jakarta, Bandung, Yogyakarta en Makassar voor een nationale actiedag. Ondertussen blijven ze werken aan solidariteitsnetwerken rondom de lopende rechtszaken tegen de activisten van de zomer van 2025. Want wie alles op het spel zet om zich te verzetten tegen staatsgeweld, verdient onvoorwaardelijke steun.
Perserikatan Sosialis
Perserikatan Sosialis, de Socialistische Bond, werkt onvermoeibaar aan het omverwerpen van het kapitalisme en het realiseren van een socialistische samenleving voor alle Indonesiërs. Klassenbewustzijn en educatie zijn de kern van hun activiteiten, naast het organiseren van massa-acties. Ze geven een socialistische krant uit, organiseren regelmatig discussies over thema’s als seksueel geweld en antimilitarisme, en faciliteren socialistische en politieke educatieve sessies. Daarnaast bouwen ze aan een breed solidariteitsnetwerk – zowel nationaal als internationaal – met onder andere acties voor de bevrijding van Palestina.
Het Actiefonds is er trots op deze actie te hebben gesteund en blijft solidair met de strijd voor de vrijlating van alle politieke gevangenen, in Indonesië en wereldwijd! Want activisme is essentieel voor een rechtvaardige wereld; het hoort thuis op straat, niet achter de tralies!
Door grote feministische acties is abortus tot de 24e week legaal in Colombia sinds 2022. Een zwanger persoon moet sindsdien een abortus kunnen krijgen zonder enige reden te hoeven geven, en zonder invasieve vragen te beantwoorden.
Toch krijgt de uitvoering van legale en veilige abortussen nog veel te maken met tegenreacties op institutioneel, sociaal en cultureel gebied. In middelgrote steden zoals Pereira werken stigma, desinformatie en medische autoriteiten de vrijheid van vrouwen nog steeds tegen.
Sinds de wet voor een veilige abortus tot de 24e week is ingevoerd wordt het al tegengewerkt. Intimidatie, demonstraties bij klinieken en gerichte desinformatiecampagnes zijn allemaal ingezet tegen mensen die voor een abortus kiezen en tegen hen die ze leveren.
Het meest recente obstakel, en ook meteen het meest bangmakende, is dat sinds de verkiezing van de nieuwe president en zijn partij, de ‘Defenders of the Homeland’-partij, een extreemrechtse partij, aan de macht is gekomen. Deze partij heeft ‘Judeo-Christelijke’ principes en waarden als zijn fundament, en is tegen LHBTQ+ rechten, gelijke vrouwenrechten en, natuurlijk, abortussen.
De actiegroep Útera Casa Feminista wilde eigenlijk actievoeren voor echt veilige abortussen rond 8 maart, Internationale Vrouwendag. Alleen viel die dag middenin de verkiezingstijd, en vanaf het begin van de strijd om het presidentschap kregen sociale groeperingen en feministische actiegroepen te maken met vijandigheid en geweld van ‘Defenders of the Homeland’ supporters, dus moesten ze hun acties een paar keer verzetten. De veiligheid van de activisten kon namelijk niet worden gegarandeerd.
Op een later moment konden ze gelukkig wel aandacht geven aan het belang van legale en veilige abortussen. Dit dezen ze door eerst met de leden van Útera Casa feminista en bondgenoten samen te komen om de politieke berichtvorming rondom het recht op een abortus en feministische verbonden te definiëren. Deze bijeenkomsten maakten gebruik van lokaal onderzoek, bijvoorbeeld hun eigen ‘Safe Abortion Handbook’, en stelden criteria voor veiligheid, selfcare en strategische zones voor stedelijke acties vast.
Collectieve design sessies volgden, waar slogans en graphics speciaal voor stencils werden bedacht. Gebaseerd op deze designs werden herbruikbare stencils met de hand gemaakt en werden posters gedrukt die op plekken konden worden geplakt waar niet gestencild kon worden.
De centrale actiedag bestond uit verschillende gedecentraliseerde stencil plaatsmomenten door heel Pereira. Om de veiligheid te garanderen en risico’s zo veel mogelijk te minimaliseren werd er door kleine groepjes gewerkt. Zo werd het idee dat de publieke ruimtes patriarchaal zijn, en de overheid controle heeft over lichamen tegengewerkt!
Deze actie creeërde een plek waar mensen samen konden komen om niet alleen te leren en samen kunst en stencils te maken, maar ook om collectief te reflecteren op de verdediging van vrouwenrechten en de rechten van genderdiverse mensen. Het zorde voor een open discussie over het recht op abortussen, het belang van abortusbuddies en hoe directe acties in publieke plekken een enorm nuttige vorm van verzet is tegen de fascistische golf die momenteel door Colombia gaat.
De actiegroep blijft mensen die een abortus willen, steunen. Ook zullen ze educatie rondom abortusrechten promoten en blijven ze strijden met directe acties voor het beschermen van deze rechten en daarmee het versterken van hun community.
Deze week boekte de Duitse extreemrechtse partij AfD een grote overwinning bij een deelstaatverkiezing en werd daarmee de grootste partij in Saksen-Anhalt met 43,8% van de stemmen. De partij is zelfs door Duitse inlichtingendiensten als extreemrechts geclassificeerd, aangezien ze hun fundaties hebben gebouwd op beleid dat pleit voor etnische zuiveringen, inperkingen van rechten voor lhbti+’ers, vrouwen en trans personen, en een verheerlijking van ‘de Duitse cultuur’, zodat Duitsland terug kan worden gebracht naar zijn ‘ware’ Duitse wortels.
Deze grote overwinning van een partij die net iets te veel overeenkomsten vertoont met de nazi’s van negentig jaar geleden, boezemt velen, zowel binnen als buiten Duitsland, angst in over wat de politieke toekomst van het land zal zijn.
Gelukkig zijn er in Duitsland nog steeds velen die opkomen voor wat juist is, die zich verzetten tegen een steeds extremistischer politiek landschap en die actief streven naar een betere, rechtvaardigere toekomst voor iedereen
– niet alleen voor blonde Duitsers met blauwe ogen.
Een van die groepen is de actiegroep TKMS (Turbo-Klima-Marine-Sabotage), die onlangs de ingangen van de TKMS-scheepswerf in Kiel blokkeerde. Kiel is een kuststad in Noord-Duitsland, bekend om de ‘Kieler Woche‘ en hun enorme marinebasis. De TKMS-scheepswerf is een van de vele bedrijven in Kiel die bijdragen aan de positie van Duitsland als een van de grootste imperialistische oorlogsmachines ter wereld.
Vorig jaar had TKMS een recordaantal orders: het bedrijf levert aan diverse landen met autoritaire regimes en voedt daarmee oorlogen en genocides.
De actiegroep TKMS weigert te accepteren dat deze scheepswerf ‘israël’ als een van zijn grootste klanten heeft, dat het bedrijf onderzeeërs bouwt die helpen bij de gewelddadige onderdrukking van Moslims in India, en dat het een oorlogsmachine versterkt die miljoenen levens zal eisen. En dat alles terwijl zij profiteren van geweld en wanhoop.
Op 3 augustus blokkeerde de actiegroep de ingangen van de scheepswerf, waardoor de bedrijfsvoering werd verstoord en vertragingen ontstonden. De blokkade hield meer dan negen uur stand, ondersteund door activisten die zich hadden vastgeketend in lock-ons en door klimmers. In de vroege ochtend ontstond er bij de hoofdpoort van de scheepswerf een spontane solidariteitsdemonstratie, wat de actie extra kracht bijzette.
De actiegroep is zeer gemotiveerd om zich nog vaker te verzetten tegen de Duitse oorlogsmachine en stelt: “We weigeren te accepteren dat Kiel tot in de eeuwigheid een marinehaven moet blijven. We willen niet langer een ‘gemeenschap zijn die door het lot aan de marine is verbonden’. […] Onze blokkade is voor vandaag voorbij, maar we blijven strijden voor een gedemilitariseerde, duurzame stad die voor iedereen betaalbaar en leefbaar is!”
Na de grote studentenopstanden tijdens de zomer van 2025 zijn duizenden jonge demonstranten opgepakt en vervolgd voor hun protesten tegen het Indonesische regeringsbeleid. Met de inzet van extreem geweld tegen de activisten probeerde de staat tegenstanders de mond te snoeren. Tegelijkertijd krijgt het leger steeds meer macht. Steeds meer jonge mensen verzetten zich hiertegen.
In augustus 2025 bracht de Indonesische regering een wetsvoorstel naar buiten waardoor parlementsleden een huisvestingstoelage van 50 miljoen roepi zouden krijgen (ruim 3000 dollar), dat is tien keer het Indonesische minimumloon. Protesten hiertegen spreidden zich na de 25e uit over het land, waarop politiegeweld hard werd ingezet. De geweldexcessen waren extreem. Op 28 augustus werd een motortaxi-chauffeur overreden door een pantserwagen van de politie, wanneer zij door een groep protestanten rijden. Hij livestreamt per ongeluk zijn eigen dood.
Tussen eind augustus en 1 september bleven de demonstraties doorgaan, daarbij gebruikte de overheid steeds meer geweld. Demonstranten werden in elkaar geslagen, van veel te dichtbij bespoten met waterkanonnen en traangas. Duizenden demonstranten werden opgepakt, bijna duizend werden er vervolgd.
De demonstranten eisten de ‘17+8 demands’, 17 eisen die binnen een week geïmplementeerd moesten worden (zoals geen inmenging van het leger bij de politie en het niet vervolgen van demonstranten), en 8 eisen die binnen een jaar geïmplementeerd moesten worden (zoals een totale hervorming van het politieke stelsel).
Met bijna geen van de eisen is ook maar iets gedaan.
Sinds de landelijke protesten is de politieke situatie eigenlijk alleen maar verslechterd. De regering heeft nu een wetsvoorstel ingediend waarbij het leger automatisch bij nog meer ambtelijke instanties zou worden ingezet, zoals bij het innen van belastingen en het reguleren van begrotingen.
Deze inclusie van het leger in het dagelijks leven in Indonesië is een duidelijke dreiging voor de democratie. Veel mensen zijn het met het groeiende militarisme dan ook echt niet eens.
Na een feministische training afgelopen december vormde studenten van verschillende universiteiten het Young Feminist Collective Jakarta, met het expliciete doel om snelle solidariteitsacties op te kunnen zetten na politieke wanddaden, en de politieke educatie van jonge vrouwen te vergroten. Dit doen ze vooral door het maken en verspreiden van politieke zines en door het aanwezig zijn bij feministische manifestaties.
Dit collectief benadrukt dat het nieuwe wetsvoorstel van de huidige regering doordrenkt is van toxische masculiniteit en dat het alleen kan bestaan door extreme hiërarchie, blinde volgzaamheid en geweld. Wanneer die cultuur verder de bestuurslagen intrekt, zal het andersdenkenden stemmen verstillen. Vooral vrouwen zullen in deze masculiene cultuur als eerste de mond worden gesnoerd.
Met financiële hulp van Het Actiefonds kon het collectief een zine maaksessie houden met tientallen jonge vrouwen. In de zine wordt opgeroepen tot feministisch verzet tegen de huidige regering. Deze zines werden op drie verschillende momenten in mei uitgereikt aan het publiek tijdens verschillende acties. Het collectief heeft grote plannen voor de toekomst, en zal zich op verschillende manieren blijven inzetten voor een antimilitaristische, feministische, democratie!
Hoewel de grondwet van Zimbabwe via de arbeidswet (Labour Act) het recht op collectieve onderhandelingen voor werknemers in de publieke sector beschermt, heeft de huidige regering dit onderdeel (artikel 65) van de Grondwet de afgelopen jaren herhaaldelijk genegeerd.
Naast duizenden bredere schendingen van mensenrechten die worden gerelateerd aan de politieke agenda van de regeringspartij, probeert de Zimbabwaanse regering de onderhandelingsmacht van het maatschappelijk middenveld te onderdrukken door de registratie van ngo’s in te trekken en wetten aan te nemen die burgerlijke vrijheden – zoals de vrijheid van meningsuiting en vereniging – ondermijnen. Een ingrijpende stap was de indiening van een nieuw wetsvoorstel in oktober 2025 om de Public Service Amendment Bill te wijzigen. Hoewel het voorstel werd geframed als een noodzakelijke modernisering van de overheidsdienst, vergroot de wetswijziging in werkelijkheid de controle van de overheid en ontneemt werknemers in de publieke sector essentiële arbeidsrechten.
Ten eerste stelt het wetsvoorstel de overheid in staat om arbeidsvoorwaarden, zoals salarissen, eenzijdig vast te stellen zonder dat er sprake hoeft te zijn van wezenlijke onderhandelingen met werknemers. Dit beleid wordt voorgesteld ondanks dat leerkrachten al meer dan tien jaar tevergeefs collectief aandringen op loonsverhogingen; ze verdienen nog steeds slechts een kwart van het salaris dat nodig is voor basisbehoeften zoals gezondheidszorg en huisvesting. Ten tweede krijgt de minister de bevoegdheid om elke publieke dienst (waaronder het onderwijs) als ‘essentieel’ aan te merken. Hierdoor worden stakingen die langer dan 72 uur duren strafbaar gesteld, met zware boetes of zelfs gevangenisstraf tot gevolg. Bovendien ontbreken in het wetsvoorstel duidelijke beroepsprocedures tegen oneerlijke behandeling door de Public Service Commission en wordt er niet voorzien in vaderschapsverlof of volledig doorbetaald zwangerschapsverlof. Al met al vormen deze beleidswijzigingen een ernstige bedreiging voor het stakingsrecht en blijven leerkrachten achter zonder beschermde mogelijkheden voor collectieve onderhandelingen.
Om zich te verzetten tegen de aanname van het genoemde amendement op en het recht op collectieve onderhandelingen te beschermen, organiseerde de Amalgamated Rural Teachers Union of Zimbabwe (ARTUZ) in de loop van november 2025 protesten door het hele land.
ARTUZ, opgericht in 2014, benadrukt dat leerkrachten niet kunnen zorgen voor het onderwijs van toekomstige generaties zolang ze in armoede leven. Door de jaren heen heeft de vakbond honderden leerkrachten getraind om hun juridische basisvaardigheden en kennis van politieke economie te vergroten en pleit naast de rechten van leerkrachten voor een vrijer onderwijssysteem, waarin lijfstraffen verboden zijn en gratis maandverband beschikbaar is.
Met steun van Het Actiefonds leidden de protesten in 2025 tot succesvolle picket lines bij 52 openbare scholen en werden veel bondgenoten in het maatschappelijk middenveld overtuigd om de strijd voor het recht op collectieve onderhandelingen te steunen. Uiteindelijk mondden de protesten uit in een petitie die aan het parlement werd aangeboden, waarop de parlementaire juridische commissie een negatief advies uitbracht over het wetsvoorstel.
Om voort te bouwen op de gevormde allianties en de druk op het parlement verder op te voeren, start ARTUZ een online mediacampagne om de rechten van leraren onder de aandacht te brengen van het bredere nationale publiek. Het Actiefonds is er trots op deze actie te hebben ondersteund en blijft solidair met de strijd voor eerlijke arbeidsrechten in Zimbabwe.
Van 25 juli tot en met 8 augustus vormen de straten van Amsterdam voor het eerst het decor van WorldPride. Ter herdenking van de eerste vier homohuwelijken die 25 jaar geleden in de stad werden voltrokken, zal Amsterdam Pride 2026 naar verwachting twee keer zoveel bezoekers trekken als normaal (600.000).
Met ‘Unity’ als officieel thema is het evenement een reactie op de afnemende steun voor lhbtqia+-personen onder delen van de Nederlandse bevolking en het beleid dat de rechten van queer personen niet voldoende beschermt en achterblijft ten opzichte van andere Europese landen. Te midden van het electorale succes van extreemrechts en hun minachting voor minderheidsrechten, wordt nu geschat dat 10 procent van de lhbtqia+-personen in Nederland slachtoffer wordt van queerfoob geweld; voor genderqueer en non-binaire personen is deze kans zelfs één op vier.
Hoewel verzet dus absoluut noodzakelijk is, is de rol van (World)Pride Amsterdam in dit protest niet onomstreden. Met Booking.com als hoofdsponsor en KPN, ING en KLM als officiële partners, verbindt Amsterdam Pride zich aan multinationale bedrijven die het milieu vervuilen en voorkomen in het VN-rapport ‘Van bezettingseconomie naar genocide-economie’. Dit suggereert hun medeplichtigheid aan de genocide op het Palestijnse volk – inclusief haar queer burgers. Hoe kan een evenement dat beweert te strijden voor queer rechten en inclusie van iedereen op het grootste podium ter wereld, de genocidale acties van de Israëlische entiteit steunen?
Dat kan simpelweg niet tegelijk; Amsterdam Pride strijdt voor de inclusie van slechts een deel van de queer personen. ‘Eenheid’ als het officiële thema van het evenement is pijnlijk ironisch.
Sinds 2022 wordt er ieder jaar tijdens Pride Month een Amsterdamse Dyke March gehouden als alternatieve en radicalere vorm van herdenking en verzet. De Dyke March, die voortbouwt op een lange traditie binnen de lesbische gemeenschap, probeert het belang van wederzijdse steun te benadrukken in een tijd waarin gentrificatie en sociale uitsluiting de queer-beweging bedreigen. De mars wil niet alleen een tegenbeweging tegen alle vormen van systematische onderdrukking zijn, maar gebruikt ook fondsenwerving om een platform aan ongehoorde stemmen binnen de gemeenschap te bieden.
Voor de mars van dit jaar waren verschillende gastsprekers uitgenodigd om hun ervaringen als queer persoon te delen en de route leidde langs plekken die deze thema’s versterkten. Zo werd er gesproken over validisme en trans-activisme, maar ook de ervaring van immigratie als queer persoon en de pinkwashing en het regenboogkapitalisme van Pride Amsterdam. De speeches zijn hier te vinden.
Samen lieten de demonstranten zich zien en horen in de openbare ruimte van Amsterdam en bewezen dat Pride gecombineerd kan worden met radicale solidariteit. Het Actiefonds is er trots op deze actie te hebben gesteund en zal zich solidair blijven verklaren met intersectioneel queer verzet.
Al tientallen jaren wordt er olie gewonnen in de regio Ogoni in Nigeria. De gevolgen daarvan zijn elke dag voelbaar. Terwijl oliebedrijven winst maakten, bleven de inwoners achter met vervuilde grond, vervuild water en een verwoest leefmilieu. Onze partner Tech4Rural strijdt voor de stem van de lokale gemeenschap, en documenteert de nalatigheid van de overheid en bedrijven en hun lege beloftes.
Oliewinning is nooit zonder gevolgen geweest, en in de Nigerdelta zijn die gevolgen iedere dag voelbaar. Nadat Royal Dutch Shell in de jaren negentig de olieproductie in Ogoni stopzette na grootschalige protesten – die voor verschillende activisten een tragisch einde kenden – bleef de bevolking achter met oude infrastructuur en vervuild land en water.
Olielekkages, verontreinigde landbouwgrond en het verlies van inkomstenbronnen hebben duizenden families getroffen. Naar schatting zijn meer dan 2.000 mensen overleden door de langdurige gevolgen van de vervuiling. Al in 2011 riep het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) op tot een grootschalige sanering van het gebied, maar vijftien jaar later wachten de inwoners nog steeds op concrete actie. Veel mensen wonen nog altijd op vervuilde grond en zijn afhankelijk van vervuild drinkwater.
Eind 2025 begaf een verlaten olieleiding het na dertig jaar van verwaarlozing. Daarbij stroomde ongeveer een miljoen liter ruwe olie weg. Niet lang daarna kondigde de Nigeriaanse regering aan de oliewinning in Ogoniland te willen hervatten.
Volgens de overheid worden lokale gemeenschappen geraadpleegd, maar belangrijke stemmen blijven buiten beeld. Voor veel inwoners is het duidelijk: wat zij nodig hebben, is geen nieuwe ronde van oliewinning, maar een naleving van de gemaakte beloftes: een grondige sanering van hun leefomgeving, herstel van de natuur en compensatie voor de enorme schade die zij hebben geleden.
Met steun van onder meer Het Actiefonds lanceerde Tech4Rural (website & instagram) daarom een campagne die voor de zorgen en bezwaren van bevolking strijdt, ze zichtbaar maakt en ervoor zorgt dat deze niet langer genegeerd kunnen worden.
De campagne begon met een actiedag, waarbij betrokkenen kwamen samen om hun ervaringen te delen, gezamenlijke eisen te formuleren en te bespreken waarom protest en collectieve actie noodzakelijk blijven. Waar velen zich machteloos voelen tegenover de omvang van het probleem, bood deze bijeenkomst ruimte voor solidariteit, uitwisseling en nieuwe energie.
Later trokken ongeveer zestig actievoerders de straat op om hun boodschap onder de aandacht te brengen van zowel de overheid als de oliebedrijven. Het protest kreeg ruime media-aandacht en vormde een belangrijke eerste stap in een bredere beweging tegen de geplande hervatting van de oliewinning. Via online acties, persverklaringen, een petitie die 300.000 handtekeningen moet verzamelen en de uitbouw van een bredere beweging blijft Tech4Rural druk uitoefenen.
Daarnaast houdt de organisatie een blog bij waarop olielekkages in realtime kunnen worden gevolgd. Op die manier willen zij de overheid blijven confronteren met de realiteit op het terrein.
De boodschap is duidelijk: geen nieuwe oliewinning zolang er geen sprake is van milieusanering, herstel van het ecosysteem, compensatie, en daadwerkelijke inspraak voor de bevolking van Ogoni. Wat in de jaren 90 kon, kan nu ook! Geen loze beloftes meer!
Tech4Rural is een lokale organisatie, opgericht en geleid door jongeren uit de Nigerdelta. Toen de organisatie in 2024 werd opgericht, lag de focus vooral op het versterken van digitale en technische skills om armoede onder jongeren tegen te gaan. Maar al snel werd duidelijk dat armoede in de regio niet los kan worden gezien van de voortdurende milieuvervuiling door de olie-industrie. Daarom verschoof de focus van de organisatie naar milieurechtvaardigheid en de strijd tegen olievervuiling.
Vandaag combineert Tech4Rural technologie en activisme. De organisatie wil jongeren niet alleen bewust maken van de problemen in hun omgeving, maar hen ook de middelen geven om zelf verandering in gang te zetten. Daarom biedt zij opleidingen aan in onder meer documentaireproductie, digitale campagnes en online advocacy. In 2025 produceerde Tech4Rural een documentaire waarin inwoners van de Nigerdelta hun ervaringen met olievervuiling deelden. De vertoning bracht zowel lokale bewoners als internationale activisten samen.
Een belangrijk onderdeel van hun werk is de CoMapeo-app. Via deze app kunnen mensen zelf olielekkages registreren en documenteren. Die gegevens vormen een belangrijk tegenwicht voor de vaak onvolledige of onnauwkeurige rapportages van oliebedrijven. De verzamelde informatie wordt gedeeld met media, overheidsinstanties en organisaties die juridische stappen willen ondernemen tegen verantwoordelijke bedrijven. Zo draagt de data niet alleen bij aan bewustwording, maar ook aan concrete acties voor herstel en compensatie. Ze mikken op een groeiend gebruik van de app en het monitoren van vervuiling en het verzamelen vna bewijsmateriaal nu hun beweging groeiende is!
Het Actiefonds is trots dat het deze campagne heeft kunnen ondersteunen en blijft solidair met Tech4Rural en met iedereen die zich verzet tegen de vernietigende gevolgen van extractivisme.
Om de slachtoffers van het geweld van de Duitse politie te herdenken, gingen 800 protesteerders de straten van Berlijn op op de dag tegen politiegeweld.
Op 20 april 2025 werd de 21-jarige Lorenz A. – een zwarte man – gedood door schoten in zijn achterhoofd, romp en heup, afgevuurd door een politieagent in Oldenburg, Duitsland. Nadat hem de toegang tot een nachtclub was geweigerd, zou het slachtoffer de portiers en later de politie hebben bedreigd met pepperspray en een mes. De bodycams van de agenten stonden echter uit en een reconstructie op basis van beelden van bewakingscamera’s toonde geen aanwijzingen dat Lorenz A. de agenten had bedreigd toen hij werd neergeschoten. In de dagen die volgden, kwamen duizenden demonstranten in heel Duitsland bijeen voor herdenkingsbijeenkomsten om Lorenz te herdenken en zich eensgezind uit te spreken tegen institutioneel racisme binnen de Duitse politie.
De moord op Lorenz is geen op zichzelf staand incident; dodelijke schietpartijen door de politie zijn systematisch en treffen vooral gemarginaliseerde groepen. De moord op Lorenz is slechts een recente toevoeging aan een lange lijst van dodelijke slachtoffers van kleur door de Duitse politie, die onterecht als zelfverdediging zijn afgedaan. Voorbeelden zijn de dood van Solikries Biriq in 2024 en Oury Jalloh, die in 2005 overleed nadat hij in brand was gestoken terwijl hij geboeid in een politiecel zat. Studies tonen aan dat mensen die als buitenlander worden beschouwd twee keer zo vaak worden gecontroleerd door de Duitse politie en dat bijna een derde van de politieagenten collega’s racistische uitlatingen heeft horen doen. Ook het aantal schietincidenten waarbij agenten betrokken zijn, is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Etnische profilering en ander racistisch geweld gepleegd door de Duitse politie is daarom een onmiskenbaar en groeiend probleem dat moet worden aangepakt.
Terwijl strengere politiewetten werden ingevoerd, werd in de zomer van 2025 een alliantie opgericht om het initiatief dat gerechtigheid eiste voor de moord op Lorenz te verbinden met initiatieven voor andere slachtoffers van Duits politiegeweld. Deze No Isolated Incidents ( ‘Geen geïsoleerde incidenten’) coalitie streeft ernaar een netwerk van radicaal-linkse initiatieven op te bouwen om op radicale wijze de slachtoffers van politiegeweld te herdenken en zich bovendien te verzetten tegen de systematische dodelijkheid van de politie.
Met de steun van Het Actiefonds organiseerde No Isolated Incidents op 15 maart, de dag tegen politiegeweld, haar eerste demonstratie als alliantie in Berlijn. Sprekers van verschillende betrokken initiatieven kregen de gelegenheid om de moorden te herdenken waarvoor zij zich individueel inzetten. Hiermee benadrukten ze het systematische patroon dat deze slachtoffers met elkaar verbindt. Na afloop liepen zo’n 800 deelnemers door de straten om hun collectieve woede te uiten en de politie op te roepen verantwoordelijkheid te nemen voor hun daden en raciale vooroordelen.
Maar dit was slechts het begin! Het Actiefonds is er trots op deze actie te hebben gesteund en staat solidair met de verdere inspanningen van de coalitie om in heel Duitsland te protesteren tegen politiegeweld.
Het Concertgebouw – de beroemde concertzaal van Amsterdam – organiseerde in december 2025 het jaarlijkse Chanoekaconcert, waarbij de voorzanger van het Israëlische leger de hoofdnaam was. Erev Rav, een Nederlands-Joods antizionistisch collectief, organiseerde tijdens het concert een alternatief evenement voor het gebouw en stak daar Chanoekakaarsen aan als protest tegen wat het gebruik van kunst en cultuur om de activiteiten van de IDF te normaliseren.
IDF-hoofdcantor Shai Abramson werd door Stichting Chanukah Concert uitgenodigd om het jaarlijkse Chanoekaconcert in Het Concertgebouw te leiden. Na protesten en onderhandelingen besloot Het Concertgebouw uiteindelijk zijn deelname niet te annuleren. In een tijd waarin de Israëlische staat openlijk genocide pleegt, is dit onaanvaardbaar. Chanoeka gaat over licht in tijden van diepe duisternis. Dat de hoogste cantor van het Israëlische leger dit in Amsterdam komt vieren, is walgelijk.
Erev Rav weigert dat hun Joodse religie, tradities en identiteit worden gebruikt voor het kunstzinnig oppoetsen (“art-washing”) van genocide. Daarom organiseerden ze een alternatief event op het plein voor Het Concertgebouw. Bijna 600 mensen verzamelden zich voor het protest. Samen staken ze een enorme menora aan uit solidariteit met degenen die door de donkerste tijden gaan, en in het bijzonder met de inwoners van Gaza. Het programma bestond uit verschillende muzikanten, dichters, journalisten en activisten uit zowel de Palestijnse als de Joodse gemeenschap in Amsterdam.
Door het evenement niet volledig te annuleren maar te kiezen voor een compromis, verleent Het Concertgebouw nog steeds institutionele legitimiteit aan de operaties van de IDF door een van haar meest zichtbare vertegenwoordigers een podium te bieden. Daarom protesteert Erev Rav tegen voortdurende normalisering van relaties met Israël, een staat die is gebouwd op etnische zuivering en apartheid en die genocide pleegt in Gaza. Erev Rav is ondertussen in contact met de directie van Het Concertgebouw om advies te geven over komende joods-religieuze evenementen en om onafhankelijke Joodse muzikanten daarbij te betrekken.
Erev Rav
Erev Rav is een Joods antizionistisch collectief uit Amsterdam dat solidair is met de Palestijnse zaak, en bouwt aan een sterke Joodse diasporagemeenschap die zich overal thuis kan voelen. De groep organiseert regelmatig evenementen en campagnes door heel Nederland. Zo voerden ze onder meer actie tegen de komst van de Israëlische president Isaac Herzog bij de opening van het Nationaal Holocaustmuseum, ondersteunden zij de invoering van de DJA-definitie van antisemitisme door de gemeente Den Haag — een definitie die, in tegenstelling tot de IHRA-definitie, ruimte laat voor kritiek op Israël — en organiseerden zij een teach-in over de inzet van beschuldigingen van antisemitisme binnen academische instellingen.
Het Actiefonds is trots deze actie te hebben ondersteund en zal zich blijven uitspreken naast Erev Rav en iedereen die zich verzet tegen het art-washen van genocide en apartheid.
81 jaar na de capitulatie van nazi-Duitsland, ontstak de Nederlandse premier op 5 mei opnieuw het jaarlijkse Bevrijdingsvuur in Utrecht, onder luid gejuich van een menigte festivalgangers. Na afloop vertelde minister-president Jetten de NOS dat hij vierde dat “er geen oorlog is” en, ondanks dat er nog een hoop te doen is, “iedereen in het land zichzelf kan zijn ongeacht kleur, geloof (en) op wie je valt”. Hoewel de val van het bewind van Hitler – en daarmee het einde aan razzia’s en concentratiekampen – natuurlijk het vieren waard zijn en zullen blijven, is het nog maar de vraag of er net zo’n reden tot feest is wanneer het over de staat van de wereld van nu gaat.
Zo werd nog geen week later een asielzoekerscentrum in Loosdrecht in de fik gestoken door racistische relschoppers die, net als de NSB’ers in de Tweede Wereldoorlog, de prinsenvlag voerden. Maar ook bij ‘protesten’ in (onder andere) Apeldoorn, IJsselstein en Den Haag zijn er in het afgelopen jaar regelmatig nazistische en antisemitische leuzen gescandeerd, publieke voorzieningen vernield en meermaals zelfs vuurwerkbommen gegooid in het kantoor van politieke partijen. Toch blijft een strenge afkeuring uit bij de meeste Haagse politici en lijkt begrip voor deze ‘bezorgde burgers’ voorop te staan. Waar radicaal-rechtse politici op bezoek gingen bij de relschoppers om hen een hart onder de riem te steken, schreef minister Dilan Yesilgöz dat het aanvallen van “een pand” ontoelaatbaar is, zonder enige afkeer voor het gedachtegoed van deze mensen of vermelding van de angst van de asielzoekers die werden belaagd. Dit terwijl solidaire anti-fascistische bewegingen net zo makkelijk als terroristisch werden bestempeld in de herfst van 2025.
Deze selectiviteit is ronduit zondebok retoriek en reikt veel verder dan de tweets van een paar politici. Fascisme is niet iets van toen, maar groeit onder de Nederlandse bevolking van nu. Stop dus niet bij ‘zorgwekkende’ of ‘schandalige’ acties, maar noem deze knokploegen en politici wat ze zijn: machtshongerig, opportunistisch, en bovendien racistisch, fascistisch en neonazistisch.
Om deze boodschap te verspreiden kwamen op dezelfde 5 mei zo’n vijfhonderd demonstranten samen in Utrecht, na een oproep van de groep Allemaal Antifascisten. Met vlaggen en spandoeken gingen de protesteerders de straat op om op de dag van de vrijheid te benadrukken dat “nooit meer” geldt voor iedereen en voor altijd.
Gastsprekers onderstreepten in hun toespraken dat de definitie van vrijheid die ten grondslag ligt aan bevrijdingsdag tekortschiet. Hoewel een wereld mogelijk is waarin alle mensen op aarde voorzien zijn in hun basisbehoeften op basis van vrijwillige arbeid, staat autocratisch economisch beleid, verhuld in een democratische huls, zo’n wereld in de weg. In plaats daarvan worden burgers tegen elkaar uitgespeeld door fascistische leiders en worden mensen in Congo, Soedan, Palestina, Cuba en andere delen van het Globale Zuiden onderworpen aan een imperialistische wereldorde. Deze speeches zijn hier te lezen.
Pas als een absolute, radicale vorm van vrijheid zegeviert en Nederland haar medeplichtigheid onder ogen komt, kan bevrijdingsdag echt een feest van betekenis worden. Tot dan zal Allemaal Antifascisten zich blijven verzetten op 5 mei. Het Actiefonds is er trots op deze actie te hebben kunnen steunen en zal zij aan zij blijven staan in de strijd voor een rechtvaardig vrije wereld.
Help Het Actiefonds met 10 euro per maand en steun daarmee acties wereldwijd.
doneer nu