Het Actiefonds:

Lombokstraat 40
1094 AL Amsterdam
The Netherlands

Contact:

+31 (0)20 6279661
info@hetactiefonds.nl

NL 46 TRIO 0338622039

Nieuwsbrief:

Actie tegen tijdelijke contracten

De werknemers van het Filipijnse bedrijf Zagu Foods Corporation zijn al drie maanden in staking. Ze hebben het werk neergelegd om te protesteren tegen oneerlijke arbeidspraktijken. Het Actiefonds steunt de organisatie Bukluran ng Manggagawang Pilipino (BMP) dat uit solidariteit met de werknemers van Zagu Foods Corporation een campagne lanceert om meer steun voor de stakende werknemers te genereren en het probleem van tijdelijke contracten aan te pakken.

Algemene informatie

Tijdelijke contracten

Hoewel Zagu Foods Corporation in de afgelopen twintig jaar is uitgegroeid tot een zeer succesvolle onderneming, hebben de werknemers weinig gemerkt van het succes van het bedrijf. Maar liefst 90 procent van de werknemers, ook de werknemers die al heel voor het bedrijf werkzaam zijn, moet het doen met tijdelijke contracten. Dit zorgt voor veel onzekerheid en het maakt hen kwetsbaar voor uitbuiting. Pogingen van werknemers om zich te verenigen in vakbonden en op deze wijze een vuist te maken tegen de tijdelijke contracten hebben tot nu toe alleen tot harde tegenmaatregelen van de directie geleid. Nadat de directie van Zagu Foods Corporation opnieuw besloot disciplinaire maatregelen te nemen tegen de vakbond, begonnen leden van de vakbond op 6 juni hun stakingsactie.

 

Campagne van BMP

Het in 1993 opgerichte BMP is een vakbondsbeweging met meer dan 100.000 leden en streeft naar een democratisch Filipijnen. Sinds de oprichting heeft BMP meerdere succesvolle stakingsacties geleid. Zo heeft BMP in 2014 een belangrijke bijdrage geleverd aan één van de grootste anticorruptie demonstraties ooit op de Filipijnen. Nu zet BMP met steun van Het Actiefonds zich in voor de werknemers van Zagu Foods Corporation. Dit doen ze onder andere door de producten van Zagu Foods Corporation te boycotten en een grootschalige (educatieve) campagne tegen tijdelijke contracten te starten. Hiermee hopen zij niet alleen de werknemers van Zagu Foods Corporation te helpen, maar ook alle andere arbeiders op de Filipijnen die  kwetsbaar zijn voor uitbuiting.

Actie tegen gedwongen kindhuwelijken in Tanzania

In Tanzania zijn gedwongen kindhuwelijken een groot probleem. Maar liefst 31 procent van de meisjes trouwen voor hun achttiende verjaardag en 5 procent van de meisjes trouwen zelfs voor hun vijftiende verjaardag. Door deze gedwongen huwelijken zijn meisjes in Tanzania kwetsbaar voor mishandeling en kunnen zij geen onderwijs meer volgen. Het Actiefonds steunt de vrouwenorganisatie Women Economic and Social Services, die opkomt voor de rechten van deze kwetsbare groep.

Algemene informatie

Gewoontes en tradities

Ondanks dat Tanzania veel internationale akkoorden heeft ondertekend, laat de grondwet van Tanzania nog steeds toe dat kinderen vanaf vijftien jaar met toestemming van hun ouders kunnen trouwen. Bovendien stelt de grondwet van Tanzania elke etnische groep in staat om besluiten te nemen op basis van eigen gewoontes en tradities.

Doordat de grondwet van Tanzania kindhuwelijken toelaat, zien veel families het uithuwelijken van jonge meisjes als een oplossing voor financiële problemen. Zo komt het veel voor dat ouders hun minderjarige dochters uithuwelijken in ruil voor een riante bruidsschat. Daarnaast komt het ook voor dat minderjarige meisjes het huwelijk als een laatste redmiddel zien om huiselijk geweld, armoede of kinderarbeid te ontvluchten.

Oplossingen

Ten eerste zou de regering van Tanzania de mazen die er nu in de grondwet zijn moeten dichten. Het zou niet langer mogelijk moeten zijn dat kinderen onder de achttien jaar legaal uitgehuwelijkt kunnen worden. Maar strengere wetgeving alleen is niet de oplossing. Aangezien bij een deel van de bevolking in Tanzania kindhuwelijken nog een geaccepteerd fenomeen is, is er ook een sociale en culturele omslag nodig. Dit kan bereikt worden door in het onderwijs meer aandacht te besteden aan alle negatieve effecten van kindhuwelijken en door meisjes langer op school te houden. Nu is het helaas nog zo dat arme ouders hun dochters van school halen en uithuwelijken wanneer zij niet langer schoolgeld kunnen betalen.

Actie

Om het aantal kindhuwelijken terug te dringen richt de groep Women Economic and Social Services zich met name op scholieren. De groep gaat een campagne tegen gedwongen kindhuwelijken lanceren. Daarnaast wil de groep scholieren activeren om samen met hen de autoriteiten in Tanzania aan te sporen om actie te ondernemen tegen gedwongen kindhuwelijken.

Feministisch hackersfestival in Athene

The GenderChangers Academy (GCA) is een feministisch collectief dat zich richt op het geven van ICT-workshops, open source netwerken en het bouwen van websites. Begonnen in 2001 te Amsterdam, werd de groep al snel uitgenodigd om workshops elders in Europa te geven. Hierop besloot de groep jaarlijks ergens in Europa een Eclectic Tech Carnival te organiseren. Dit jaar wordt met steun van Het Actiefonds het Eclectic Tech Carnival georganiseerd in Athene.

Algemene informatie

Tech carnaval

Het Tech Festival is erop gericht een alternatieve plek te creëren waar vrouwen nieuwe digitale kennis kunnen opdoen en waar op een feministische manier nieuwe digitale initiatieven kunnen worden ontplooid. Dit is hard nodig, omdat de tech-wereld nog altijd gedomineerd wordt door hoogopgeleide witte mannen, die vooral ideeën ontwikkelen die aansluiten op hun belevingswereld. Door een alternatief feministisch en activistisch netwerk aan te bieden hopen de organisatoren van het Eclectic Tech Carnival dat er nieuwe digitale platformen kunnen ontstaan.

Het festival

Van 8 tot 13 oktober zullen er in Athene diverse workshops en discussies zijn over open source netwerken, HTML-codes en het bouwen van websites. Daarnaast zal er aandacht zijn voor (feministisch) activisme in de tech-wereld.

 

Protest tegen privatisering van natuurgebied in São Paulo

Het Fontes do Ipiranga Park in São Paulo is al sinds 1893 een beschermd natuurgebied. Het is toentertijd door de tweede gouverneur van São Paulo, Bernardino de Campos, als natuurgebied bestempelt om de snelgroeiende stad te kunnen voorzien van schoon drinkwater. Het park is ook vanuit cultureel-historisch perspectief belangrijk. Aan de oevers van de Ipiranga rivier riep Dom Pedro I in het begin van de negentiende eeuw de onafhankelijkheid van Brazilië uit. Nu bevat het Fontes do Ipiranga Park één van de laatste stukken bos in São Paulo.

Algemene informatie

Het Fontes do Ipiranga Park

Waar het bos vroeger de stad voorzag van schoon drinkwater, is het regenwoud nu vooral belangrijk voor de luchtkwaliteit van de metropool São Paulo. Naast dat het bos van grote waarde is voor de levenskwaliteit van de ruim 20 miljoen inwoners van São Paulo, biedt het bos ook een huis aan bijzondere flora en fauna die voor meer dan honderd jaar de bescherming hebben genoten van toegewijde natuurbeheerders. Door een besluit van de lokale overheid dreigt daar nu verandering in te komen. De gemeente van São Paulo wil het Fontes do Ipiranga Park gaan privatiseren. Hiermee lijkt een einde te komen aan de zorgvuldige conservatie van het park en komt het voorbestaan van het natuurgebied in gevaar!

 

Workshop van Lute pela Floresta.

Protest tegen privatisering

Deze concessie van de gemeente van São Paulo aan het bedrijfsleven leidt tot fel verzet van de lokale bevolking. Inwoners van São Paulo maken zich ernstig over het voortbestaan van park en de openbare functie van het park. Nu omvat het park nog een botanische tuin, dierentuin en een onderzoekscentrum, dat veel educatieve programma’s over milieu en natuurbehoud voor scholieren en studenten organiseert.

Om dit belangrijke park te behouden organiseert, de door Het Actiefonds gesteunde groep, Lute pela Floresta het verzet tegen de privatisering van het park. De groep organiseert meerdere demonstraties en geeft workshops om jongeren bewust te maken van het belang van het park.

Adbusten tegen de auto-industrie

Brandalism is een in 2012 opgericht collectief van kunstenaars dat zich verzet tegen de dominantie van commerciële propaganda in de publieke ruimte. Slimme reclamecampagnes van bedrijven moedigen ons overal aan om meer te consumeren. Dit terwijl overconsumptie, met name in het westen, een grote bijdrage levert aan de roofbouw die momenteel op onze planeet wordt gepleegd. De groep Brandalism komt hiertegen in actie door met ludieke artistieke campagnes het werkelijke gezicht van bedrijven te laten zien.

Algemene informatie

In september lanceert Brandalism, met steun van Het Actiefonds, een nieuwe campagne. Dit keer wordt de auto-industrie op de korrel genomen. De auto-industrie is een van de grootste adverteerders en ook een van de grootste vervuilers. Ondanks de enorme CO2-uitstoot van de auto fabrikanten, krijgt de auto-industrie alle ruimte om zijn vervuilende producten te adverteren. Nog steeds weten automakers met slimme marketing hun producten te slijten als een statussymbool en is voor veel huishoudens een auto voor elk volwassen gezinslid nog heel normaal. De ludieke campagne van Brandalism moet daar verandering in brengen.

Campagne van Brandalism tegen Shell 2018.

In vijf verschillende steden in het Verenigd Koninkrijk gaan de actievoerders van Brandalism het ware verhaal vertellen, het verhaal dat de automakers graag achterwege laten: namelijk dat de producten die zij maken extreem schadelijk zijn voor mens, dier en milieu. Vanaf september zal met steun van Het Actiefonds het werk van Brandalism te zien zijn in Bristol, Cardiff, Manchester, Londen en Sheffield.

 

Staking tegen slechte arbeidsomstandigheden

Migrantenvrouwen die werken op de thee- en kardemomplantages in de Indiase deelstaat Kerala gaan demonstreren tegen de slechte arbeidsomstandigheden waaronder zij gebukt gaan. De organisatoren van de staking, Dignity at Destinations, zijn van plan om voor twee dagen het werk te staken en zij zullen in de hoofdstad van Kerala, Thiruvananthapuram, een grote demonstratie organiseren.

Algemene informatie

Thee en kardemom in Kerala

Al eeuwenlang wordt in Kerala thee en kardemom verbouwd. Nog steeds vormen de plantages in Kerala een belangrijk onderdeel van de Indiase economie. Door hoge productiekosten en de momenteel lage prijzen voor specerijen verkeren nu veel plantages in moeilijkheden. Daarbij heeft ook het veranderende klimaat een negatieve impact op de plantages. De laatste jaren zijn grote delen van thee- en kardemomoogsten ernstig aangetast door ongewoon hevige neerslag. Eén van de gevolgen van de financiële problemen in de thee- en kardemomsector is dat werknemers, met name migrantenarbeiders, te maken krijgen met uitbuiting.

 

Migrantenvrouwen in Kerala

Elk jaar migreren mensen op zoek naar werk naar de deelstaat Kerala om daar te werken op één van de vele plantages. Ongeveer 50 procent van de migranten die werken op de plantages zijn vrouw: desondanks worden zij vaak slecht vertegenwoordigd door de door mannen gedomineerde vakbondsorganisaties. Als het gevolg van het gebrek aan representatie zijn migrantenvrouwen extra kwetsbaar voor ongelijke behandeling en uitbuiting door plantagehouders.

Protest

De groep Dignity at Destinations, een collectief van vrouwen dat is voortgekomen uit een eerdere stakingsactie voor de rechten van migrantenvrouwen op plantages in Kerala, willen nu in de hoofdstad demonstreren om de positie van migrantenvrouwen te verbeteren. De organisatoren van de staking eisen dat de algemene arbeidswetgeving ook van toepassing op migrantenarbeiders zal zijn. Zij eisen verder dat de autoriteiten alle migrantenarbeiders officieel gaan registeren en dat het loon dat zij krijgen voortaan direct op hun bankrekening wordt gestort, in plaats van contant via schimmige tussenpersonen.

Steun van Het Actiefonds stelt de groep onder andere in staat om bussen in te schakelen om vrouwen van 14 verschillende plantages naar de hoofdstad te brengen.

Artistiek protest tegen vervuilde rivieren

In het oosten van Java kwam in 1996 een groep activisten en ecologen bij elkaar. Zij constateerden enorme vervuiling van rivieren op Java en de rest van Indonesië. Samen richtten zij de groep Ecoton op. Sindsdien doet deze groep onderzoek, maakt ze bronnen openbaar en richt zich op educatie over de vervuilde staat waarin rivieren in Indonesië zich bevinden. Ecoton focust zich daarbij op de rivier Brantas en haar stroomgebied, dat het grootste deel van Oost-Java beslaat.

Algemene informatie

‘Papieren’ afval

Na jaren van onderzoek, educatie, het openbaar maken van bronnen en het betrekken van de lokale gemeenschap is de situatie niet verbeterd. Nieuwe vervuilende praktijken volgen de oude op. De Indonesische staat importeert papieren afval uit de Verenigde Staten, Australië, Canada, Nieuw-Zeeland en het Verenigd Koninkrijk. Sinds 2014 is de import van papier uit de Verenigde Staten met 550% gestegen. De Indonesische staat krijgt geld om dit ‘papier’ te recyclen. Uit onderzoek van Ecoton blijkt echter dat de geleverde balen papier, dertig tot vijftig procent plastic afval bevatten.

In 2018 verscheepte alleen al de Verenigde Staten 150.186 ton aan ‘papieren’ afval naar Oost-Java. Een aantal bedrijven recyclet een deel van het plastic dat zich in dit afval bevindt. Het grootste gedeelte wordt echter verbrand of gedumpt in rivieren, met alle gevolgen van dien: de rivieren in Indonesië zijn volledig gevuld met plastic en microplastic. Uit onderzoek van Ecoton blijkt dat er bij 80% van de vissen in de Brantas rivier plastic in hun maag zit.

Afvalbak

Het Indonesische Ministerie van Industrie vroeg, na door Ecoton openbaar gemaakte brieven, aan het Ministerie van Milieu en Bosbouw om een aanbeveling. Deze aanbeveling zou het importeren van plastic afval mogelijk maken. Er is in Indonesië echter een wet aangenomen die de import van plastic afval verbiedt. Ondanks deze wet importeert de Indonesische staat nog steeds plastic. Dat doen ze via omwegen – zoals verstopt tussen papieren afval. Het resultaat is dat Oost-Java de afvalbak is geworden van veel rijkere naties.

Kunstzinnig protest

Ecoton is het zat, bedacht een plan en riep de hulp van Het Actiefonds in. Ze zijn van plan om een enorm kunstwerk te maken van het plastic dat ze uit de Brantas rivier halen, in de vorm van een vis. Met het kunstwerk zullen de ecologen en activisten van Ecoton optrekken naar het Ministerie van Handel en het Ministerie van Industrie. Ook zullen zij een film maken van het protest en het onderzoek dat ze doen. Het plan is om deze film op verschillende universiteiten en in de publieke ruimte te vertonen, om de ernst van de situatie over te brengen en mensen bewust te maken van de praktijken die de rivieren vervuilen.

Veilige haven voor migranten in Zarzis, Tunesië

De groep Europe Zarzis Afrique is een Tunesisch-Italiaans initiatief dat is ontstaan na de revolutie in Tunesië. Na de revolutie van 2011 vluchtten tienduizenden Tunesische jongeren naar Europa. Maar een aantal van deze jongeren is nooit aangekomen in Europa. Tijdens de zoektocht van Tunesische families naar verdwenen familieleden zijn zij in contact gekomen met activisten in Italië. Dit contact heeft vervolgens geleid tot een informele groep die protesteert tegen het Europese migratiebeleid. Nu proberen ze in de Tunesische kustplaats Zarzis een veilige haven voor migranten te creëren.

Algemene informatie

Barre omstandigheden in Libië

Een meerderheid van migranten die vanuit Noord-Afrika de Middellandse Zee naar Europa proberen over te steken vertrekken vanuit Libië. Maar door het strenge migratiebeleid van de Europese Unie en de burgeroorlog in Libië, zijn veel migranten klem komen te zitten in Libië. Veel migranten in Libië belanden vervolgens in detentiecentra waar de omstandigheden erbarmelijk zijn of zij vallen in handen van één van de vele criminele bendes die daar actief zijn. Een veilige haven voor migranten nabij Libië kan voorkomen dat migranten in benarde posities terecht komen.

Toevluchtsoord Zarzis

De initiatiefnemers proberen in Zarzis een plek te creëren waar migranten en Tunesische jongeren op duurzame wijze een nieuw bestaan kunnen opbouwen. Met steun van Het Actiefonds heeft de groep van 1 tot 5 augustus conferenties georganiseerd met migranten, inwoners van de stad Zarzis en lokale hoogwaardigheidsbekleders.

In eerste instantie willen de initiatiefnemers van Europe Zarzis Afrique in Zarzis drie kleinschalige economische projecten starten om migranten en werkloze jongeren in Zarzis de mogelijkheid te geven zelf een bestaan in Zarzis op te bouwen.

Blokkade Amulsar goudmijn

Inwoners van de twee kleine dorpjes Jermuk en Gndevaz in Armenië hebben al sinds begin 2018 de weg versperd voor het Anglo-Amerikaanse mijnbouwbedrijf Lydian International dat de Amulsar goudmijn wil exploiteren. Het Actiefonds steunt de activisten in hun protest tegen de exploitatie van de Amulsar mijn.

Algemene informatie

Dertien jaar geleden is nabij het dorpje Jermuk goud ontdekt. Nu wil het mijnbouwbedrijf Lydian International beginnen met het delven naar goud. Dit voornemen heeft geleid tot grote zorgen bij de lokale bevolking, die vrezen namelijk dat de exploitatie van de goudmijn negatieve gevolgen gaat hebben voor hun water- en voedselvoorziening, milieu en het toerisme in deze regio. Deze zorgen zijn gegrond. Armenië kent een lange geschiedenis van schandalen in de mijnbouwsector. De mijnbouwsector is één van de meest corrupte sectoren in Armenië en veel projecten hebben in het verleden hevige schade aan milieu en leefomgeving toegebracht.

Demonstratie tegen exploitatie Amulsar goudmijn.

De inwoners van de dorpen Jermuk en Gndevaz eisen van de Armeense regering dat zij de toestemming, die door de vorige regering is gegeven, herzien. Daarom zijn zij vorig jaar juni de straat opgegaan en hebben zij alle toegangswegen naar de Amulsar mijn al een jaar geblokkeerd.

 

 

 

 

Verzet tegen het openstellen van nationale parken voor olieboringen in de Democratische Republiek Congo

Het Actiefonds steunt het Congolese Centre des Technologies Innovatrices et le Développement Durable (CTIDD) dat verzet organiseert tegen het openstellen van de nationale parken Virunga en Salonga voor de exploitatie van olie. In de laatste week van zijn presidentschap heeft voormalig president van de Democratische Republiek Congo (DRC), Joseph Kabila, een contract ondertekend dat het Zuid-Afrikaanse DIG Oil toestemming geeft naar olie te boren in de nationale parken Virunga en Salonga.

Algemene informatie

Virunga en Salonga

De nationale parken Virunga en Salonga staan respectievelijk sinds 1979 en 1984 op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Deze nationale parken vormen de natuurlijke leefomgeving van de zeer bedreigde bonobo-apen, berggorilla’s en de Afrikaanse bosolifant. Het onzalige voornemen van de DRC-regering om bedrijven toegang te verschaffen tot de nationale parken, zal een desastreuze beslissing zijn voor de bedreigde diersoorten, de unieke flora en fauna en de gemeenschappen die in het gebied leven. Daarnaast is het behoud van de nationale parken van groot belang om verdere verandering van het klimaat tegen te gaan. Het regenwoud in het Salonga nationale park is namelijk het twee na grootste regenwoud ter wereld.

Boren naar olie

Ondanks hevig verzet van natuurorganisaties en lokale ngo’s hebben de economische belangen toch de overhand. In het contract dat de DRC-regering heeft ondertekend met DiG Oil, geeft de regering het Zuid-Afrikaanse bedrijf toestemming om olieboringen te verrichtten in 40 procent van het Salonga nationale park en 20 procent van het Virunga nationale park. Tot dusver is het bedrijf nog niet begonnen met het boren naar olie in de natuurparken. Daarom is het van cruciaal belang om actie te blijven voeren zodat het bedrijf überhaupt niet de gelegenheid krijgt om te boren naar olie in deze twee bijzondere natuurgebieden.

Campagne tegen olieboringen in Virunga en Salonga

In het verleden is gebleken dat verzet tegen de komst van oliemaatschappijen in nationale parken in de DRC zin heeft. Eerder besloot na protest het Franse oliebedrijf Total af te zien van het boren naar olie in het Virunga nationale park. Om ook dit keer te voorkomen dat bedrijven naar olie gaan boren in de nationale parken zal het CTIDD met steun van Het Actiefonds diverse acties organiseren. Zo is het CTIDD van plan een bewustwordingscampagne in de Congolese media te lanceren, bijeenkomsten voor actiegroepen en de autoriteiten te organiseren en het CTIDD is van plan een grote protestmars te houden tegen olieboringen in de nationale parken.